Sigaretten

Sigaretten

Sigarettenindustrie in Nederland

In tegenstelling tot de ontwikkeling van de Nederlandse sigarenindustrie, is het verhaal van de veel later opgekomen sigarettenindustrie eigenlijk een stuk overzichtelijker, maar minstens zo boeiend. Al betrekkelijk vroeg, vanaf circa 1895, komen er voor de sigarettenproductie snelle machines uit Amerika en Duitsland naar Nederland, twee landen die 15 jaar vooruit lopen op Nederland. Dit maakt het al vroeg in de 20e eeuw mogelijk veel en goedkoop te produceren. Kleine en meestal kapitaalarme fabrikanten hebben niet het vermogen om voortdurend te innoveren en zullen bij bosjes in deze race wegvallen.

Marktconcentratie
Ook is al heel vroeg duidelijk dat de Nederlandse sigarettenmarkt voor buitenlandse concerns, absoluut een interessante markt is. Een aantal daarvan weet inderdaad zeer doelgericht de markt te penetreren en uitgekiende smaaktrends succesvol uit te bouwen. Al tussen 1910 en 1930 tekent zich een overduidelijke marktconcentratie af met slechts enkele grote bedrijven als eindwinnaars. De Nederlandse markt is tegen eind jaren ’30 een typische oligopolie geworden en dit is sindsdien niet meer veranderd. De meeste kerftabaksfabrikanten die anno 2003 nog steeds sigarettenshag produceren, d? Nederlandse draaicultuur bij uitstek, (!) behoren al jarenlang aan buitenlandse concerns toe.

Eerste fabriek Van Kerckhof
Al rond 1850 worden in Nederland sigaretten ge?mporteerd. De firma Van Kerckhof is de eerste te Amsterdam die in 1885 een ‘mechanische’ sigarettenfabriekje startte. Van Kerckhof en diverse sigarettenfabrikanten na hem, maakten veelal gebruik van Oost-Europese en Russische emigranten, die op weg naar Amerika waren en wat moesten bijverdienen voor hun overtocht. ‘Thuis’ hadden ze geleerd snel en vaardig handmatig sigaretten te rollen, in Nederland was het nog een onbekend vak.

Egyptische sigaretten
In de begintijd worden hoofdzakelijk de typisch ovale, ‘Egyptische’ sigaretten gerookt, een pittig oriëntaals product van uitsluitend Turks-Griekse tabak. Deze werden desalniettemin ‘Egyptisch’ genoemd omdat de meeste van de, in West-Europa actieve Turken en Grieken, in Alexandrie/Cairo een vestiging hadden, al of niet (alleen) op papier! Daar er eveneens een pro-egyptische cultuur-renaissance aan de gang was, hebben de fabrikanten en handelaren de consumenten in Europa in die tijd vermoedelijk maar niet wijzer gemaakt dan ze al waren.

BATCO, Crescent, Philip, Vittoria, Turmac en Laurens
Na Amsterdam zullen ook in Rotterdam zich twee grote fabrikanten vestigen, British American Tobacco BATCO (1906) en de Vittoria Cigarette Company (1917). In het Zuiden des Lands opent sigarenfabrikant Mignot & De Block in 1911 in Eindhoven een eigen sigarettenfabriek Crescent, en datzelfde jaar gaat ook de reeds bestaande Philips tabaksfabriek in Maastricht, massaal sigaretten produceren. In 1921 vestigt in Den Haag Eduard Laurens uit Brussel-Cairo zijn Nederlandse fabriek, een jaar nadat de Turkse tabakshandelaar Kiazim Emin in Arnhem-Zevenaar de Turmac fabriek zal vestigen. De kerftabaksfabrieken zoals Dobbelmann, Van Nelle, Douwe Egberts, Gruno/Van Rossem etc. produceren op hun manier ook sigarettentabak, en vooral Niemeyer uit Groningen zal hieruit langdurig succes halen.

Cadeausystemen
Tot begin 1934 was er bovendien een massale gekte aan de gang, door de cadeaubonnen die gehaald konden worden uit de sigarettenpakjes, en waarmee de mooiste en duurste cadeaus konden worden bijeengespaard. Nadat de Nederlandse middenstand haar nood had geklaagd bij de overheid, vanwege deze concurrentievervalsing, kwam er in maart 1934 een verbod. Hierna ging sigarettenrokend (vooral de vaders) Nederland weer massaal over op het verzamelen van Turmac-zijdjes, Caravellis-borduurkleedjes en Miss Blanche voetbalplaatjes.

Turmac versus BATCO, egyptian versus virginia
Tussen 1910 en 1930 waren er nog her en der in de grote steden van Nederland lokale kleine en middelgrote sigarettenbedrijfjes, na 1930 werd ‘de koek’ dan toch verdeeld tussen de Ardath, Ed. Laurens, Turmac en de BATCO. Vooal de laatsgenoemden zouden in de spannende jaren die nog zouden komen, diverse overnames doen, en tegen het einde van de jaren ’30 heeft de Virginia sigaret definitief de Egyptische sigaret overvleugeld, een belangrijke overwinning door de BATCO.

Sigarettenimporteurs
Succesvolle sigarettenimporteurs uit de begintijd waren en zijn deels nog Swarttouw in Delft (met name Russische en Turkse sigaretten), Willem Pronk (importeur van met name de Egyptische sigarettenmerken Bekaris en Ismalun. Dit succesvolle Amsterdamse bedrijf heet intussen Pronk B.V. en is in solide, eveneens buitenlandse handen) al vanaf 1919 in Amsterdam en Blok in Scheveningen. Deze handelsbedrijven waren heel flexibel in het samenstellen en aanpassen van hun assortimenten, het vinden van interessante marktniches en het creëren van aantrekkelijke winstmarges voor de winkeliers. Ook sigarettengigant Reemtsma, een vanouds grote duitse onderneming, is al vanaf 1924 met import actief in Nederland.

Oude reclame
Over de eerste 50 jaar dat de sigaret in Nederland ‘merkbaar’ geconsumeerd wordt (1900-1950), valt op hoe enorm fantasierijk, kleurrijk en gevarieerd de reclames en verpakkingen (in al die jaren) zijn geweest . In tegenstelling tot de meer traditionele sigarenverpakkingen is het scala aan aantrekkelijk rokende mensen, wandelende kamelen (Kerckhof) filosoferende sphinxen (Laurens, Broches), oriëntaalse Art Deco motieven (Turmac) en kokette feministen (Miss Blanche), enorm geweest. Kortom, een waar genot om naar te kijken!

Nederlands Indië
Ook in voormalige Nederlands Indië werden al voor 1900 (!) sigaretten gemaakt. Justman in Batavia is hier de eerste ondernemer. Andere fabrikanten zijn onder meer Faroka en BATCO ( beide Java), Sampourna en Tio Swie Sian (beide Soerabaja). Het betreft hier bedrijven die deels door Nederlanders zijn opgericht, bedrijven van lokale etnische ondernemers (Javanen, Chinezen, Maleisiers etc,) en van BATCO uit London-Richmond. Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1948 worden alle Nederlandse bedrijven genationaliseerd, andere buitenlandse bedrijven, dus vooral de BATCO (!), hadden daarna het rijk alleen. Helaas is over deze geschiedenis nog te weinig bekend!

Einde tabaksreclame 2003
Na de Tweede Wereldoorlog vonden er onder invloed van de reclame en geallieerde soldaten opnieuw belangrijke smaakaanpassingen plaats. De ‘Virginia’ werd vervangen door een gemixte en gesauste ‘American blend’ van vele soorten tabak. Nadat reeds in 1932 Laurens in Den Haag met de eerste filtersigaret ‘Laurens Filtra’ op de markt was gekomen, zet het gezondheidsdenken’ zich vooral bij de sigarettenrokers door. Menthol, Light, Ultralight, Ultrafilter, Zeronicotine, het kan niet zo gek, of er kwam zo’n sigaret op de markt. Vanaf 1980 komt er een snelle opeenvolging van accijnsverhogingen, de overheid wil het roken aan banden leggen. Sinds januari 2003 is in Nederland openbare tabaksreclame verboden. Is dit de voorbode van het einde?

Succesvolle bedrijven

‘Last but not least’ zijn er in Nederland nog diverse succesvolle, zowel traditionele als ook ultramoderne sigarenfabrikanten aanwezig. ADIO CIGARS in Duizel is de enige die volledig is Nederlandse handen is en waarin verschillende generaties Wintermans nog steeds de leiding hebben met vestigingen in Nederland, België, Sri Lanka en de Dominicaanse Republiek. AGIO Cigars brengt de merken Agio, Balmoral, Panter en Huifkar op de markt. Andere twee grootmachten, namelijk Swedish Match en Henri Wintermans zijn onder de naam Scandinavian Tobacco Group te Eersel samen verder gegaan met vestigingen in Nederland, België, Indonesië en ook de Dominicaanse Republiek met o.a. de merken Oud Kampen, Justus van Maurik, Hajenius, La Paz, Willem II en Café Creme.
De Olifant in Kampen zit tussen de grote en de kleine fabrikanten, wel met export naar verschillende landen in West Europa. Tot de kleine wordt gerekend Van der Donk in Culemborg, Sigarenfabriek Van ’t Veen in Grafthorst en Sigarenfabriek Hovens in Tegelen

Terug naar boven