Verhalen

Standaard
Jac. Jongert, ontwerper van verpakkingen van o.a. Van Nelle en La Bolsa.
Door Louis Bracco Gartner op 14-06-2022

Jac. Jongert, ontwerper van verpakkingen van o.a. Van Nelle en La Bolsa.

In de vorige nieuwsbrief hebben wij het over Victor Huszàr gehad, degene die door zijn ontwerp het sigarettenmerk Miss Blanche beroemd gemaakt heeft. We gaan het nu hebben over Jac. Jongert (1883 – 1942). Geboren als boerenzoon op 22 juni 1883 in Enge Wormer in de Zaanstreek, als Jacob Jongert, maar meestal werd hij Jac. of Jaap genoemd. Hoewel hij als boerenzoon voorbestemd was op de boerderij werkzaam te zijn, bleek daar zijn hart niet te liggen. Hij hield van het buiten zijn, maar daar bleef het wel bij. Op school bleek zijn aanleg voor tekenen. Een noodgedwongen terugkeer naar de boerderij bezorgde hem een achterstand op school. Op zijn vijftiende vertrok hij met een vriend naar Amsterdam waar hij de Kunstnijverheidsschool Quellinus Amsterdam  wat een goede keus bleek te zijn. Zeker toen daar de bekende architect C.W. Nijhoff hoofd van de school werd. Met de niet minder bekende architect K.P.C. de Bazel en de nijverheidskunstenaar Harm Ellens, die beiden ook kwamen lesgeven op school, groeide een band die jarenlang zou blijven. Tijdens een treinreis maakte Jac. Jongert toevallig kennis met Piet Zwart die hem aanraadde naar de Museumschool te gaan. We vliegen door zijn carrière heen want het gaat tenslotte om wat hij voor de Van Nelle fabriek in Rotterdam betekend heeft. Hij werd in 1918 aangenomen als hoofdleraar van de afdeling decoratieve kunsten van de Kunstacademie in Rotterdam. Na de 1ste WO kwam de bedrijvigheid in Rotterdam in een stroomversnelling. De stad groeide met als centrum de Coolsingel met een nieuw stadhuis en postkantoor. De opdrachten aan kunstenaars en ontwerpers om de stad een fraai aanzicht te geven stroomden binnen, en de vele schuttingen rond de nieuwe gebouwen boden ruimte voor reclames. Jac. Jongert heeft de goede leermeesters en collega’s om zich heen die een gunstig klimaat schiepen voor vernieuwing in de kunst- en reclamewereld. Om dit in goede banen te leiden werd in 1919 de Vereniging voor Stadsverbetering Nieuw Rotterdam opgericht. Koos de Leeuw was niet alleen lid van de vereniging maar ook een van de directeuren van de koffie, thee- en tabaksfabriek van de Erven de Wed.  J. van Nelle. Ja, nu zijn we waar we wezen willen. Net als bij Huszàr en het merk Miss Blanche bepaalde Jac. Jongert gedurende twintig jaar het gezicht van de Van Nelle fabriek. Met lichtreclames in de stad, muurschilderingen bij de fabriek aan de Schie, mannen met sandwichborden en reclames voor pijprookwedstrijden timmerden Van Nelle en Jac. Jongert aan de weg. Hij gaf Van Nelle een heel nieuw gezicht, bepaalde de nieuwe huisstijl op briefpapier, nota’s en vele, vele verpakkingen op koffie, thee en tabak voor de sigaret en de pijp. Waren zij daar altijd blij mee? Nee, vertegenwoordigers vonden de  ontwerpen te modern en gaven de voorkeur aan de oude vertrouwde, herkenbare  verpakkingen. Hij zat wel op één lijn met directeur Kees van Leeuwen. Zijn fabriek was gevestigd in een supermodern gebouw aan de Schie en die lijn moest doorgetrokken worden in de gehele huisstijl. Omdat de verkoop dreigde te stagneren èn onder druk van de vertegenwoordigers werd de vertrouwde verpakking gehandhaafd die als A-merk werd geclassificeerd en Jongert kon zijn kunsten in zijn eigen stroming vertonen dus als B-merk. Dat dat weleens tot verwarring leidde  sprak voor zich. Jongert hield het als ontwerper zolang uit bij Van Nelle vanwege de goede samenwerking met Van Leeuwen. Bovendien woonde Jongert in Rotterdam en had als een van de weinige kunstenaars ook telefoon, waardoor de communicatie tussen beiden optimaal was. Een groot succes was kabouter Piggelmee. Bedacht door hoofdvertegenwoordiger L.C. Steenhuizen. Steenhuizen vervormde het bestaande verhaal van de Gebr. Grimm van visser Timpe Tee naar kabouter Piggelmee en schreef zelf de teksten. Jongert verzorgde de lay-out en Nans van Leeuwen de illustraties. Het tekstboek moest gekocht worden en de plaatjes, 25 stuks per boek, werden verkregen bij de aankoop van Van Nelle koffie. De bonnen op de verpakking moesten gespaard worden. Vanaf 1924  werd Piggelmee meteen een succes. Men begon met 80.000 boekjes en dat aantal steeg naar rond de anderhalf miljoen. Na ruim 70 jaar stopte men er pas mee in 1994. Binnen de tabaksindustrie kreeg hij ook de opdracht van de sigarenfabriek La Bolsa in Kampen voor hun merk Secretaris. Sigarenkistjes van La Bolsa onderscheidden zich van alle andere door het talent van Jongert. Een andere link naar de tabaksindustrie is het feit dat hij ook exposeerde in het toen net geopende Van Abbemuseum in Eindhoven (Karel 1). Was Jongert inderdaad zo’n vernieuwer met een eigen herkenbare stijl? Ja. De veelzijdigheid van Jongert wordt bewezen door verdere ontwerpen en opdrachten voor tal van bedrijven en instanties. Hij ontwierp prachtige glas-in-loodramen, schilderde en zijn werken werden ook tentoongesteld in het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. De glasfabriek in Leerdam was een belangrijke opdrachtgever voor hem. Voor Talens ontwierp hij briefpapier en affiches. Voor de Nederlandsche Bank bankbiljetten, telegrammen voor de PTT en voor Joh. Enschede postzegels. Veel van zijn werken zijn verloren gegaan bij het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940. Hij overleed op 9 november 1942 in Reeuwijk waar hij een buiten had. Bronnen: Museum Boymans van Beuningen. Jac. Jongert 1883 – 1942. Proeven is koopen. Rotterdam, 2009. Stedelijk Museum Rotterdam Tabakshistorisch Museum Delft
Standaard
De nieuwe accijnszegel voor tabaksproducten
Door Fred Tijmstra i.s.m. Belasting & Douane Museum op 23-08-2021

De nieuwe accijnszegel voor tabaksproducten

De nieuwe accijnszegel verschijnt op een historisch moment. Het is precies 100 jaar geleden dat de Tabakswet van 1921 werd aangenomen. Daarin werd de invoering van de eerste accijnszegels  (banderollen) voor tabaksproducten vermeld. Voordat de wet tot stand kwam hanteerde men indirecte belastingen voor invoer, doorvoer en opslag van tabak. Het verbruik van tabak daarentegen was onbelast. Het bijzondere van de tabaksaccijnszegel was dat in de consumentenprijs, behalve het belastingdeel, ook de kosten van de fabrikant waren verwerkt, zoals de verpakking. Het was een zegel voor het totale verbruiksklare product. Voorgeschiedenis De eerste Nederlandse accijnszegel (banderolle) voor tabaksproducten verscheen in 1922. Ontwerper was Otto van Tussenbroek, graficus, kunstschilder, tekenaar, fotograaf, en mozaïekmaker.   Het zegelbeeld geeft een geometrisch gevormd versieringsmotief weer, waarin twee of meermalen de Nederlandse leeuw is aangebracht en twee keer het woord Nederland voorkomt. Dit ontwerp heeft tot 1949 stand gehouden en werd gebruikt in onderscheidende kleuren op verpakkingen van sigaren, sigaretten, tabak en snuif.   1922   In 1949 besloten Nederland, België en Luxemburg een douaneverdrag te sluiten om een gezamenlijk ontwerp te gebruiken. Het resultaat was een banderolle waarbij het woord “Nederland” vervangen werd door de letters “BNL “ en de Belgische, Nederlandse en Luxemburgse leeuw op het lintzegel achter elkaar werden afgebeeld.   1949 Naast de lintzegels werden in 1959 de eerste sluitzegels uitgegeven met het BENELUX monogram. Ontwerper was Pieter Wetselaar, grafisch ontwerper en kalligraaf van Royal Joh. Enschedé. Zijn kalligrafische vaardigheid is te zien aan de sierlijke ineen vlechting van de letters BNL omringd door 4 tabaksbladeren en de omlijsting van de zegel. De drie leeuwen zijn minder opvallend aanwezig en verdrongen tot de achtergrond. Vlak voor de eeuwwisseling is er een zegel uitgebracht met een kleiner Benelux logo en waarschuwingsteksten. Daarna keerde het oude ontwerp weer terug doordat fabrikanten inmiddels verplicht waren waarschuwingsteksten op de verpakking zelf aan te brengen. De BENELUX sluitzegel is t/m 2020 uitgegeven.    In 2019 is i.v.m. de aanpassing van de Europese verpakkingseisen een kleiner formaat zegel noodzakelijk geworden. Nederland heeft toen haar eigen zegel met hetzelfde uiterlijk op een smaller formaat laten drukken. België en Luxemburg hebben een ander zegel uitgegeven. Deze ontwikkeling was voor Nederland een reden het Benelux logo vaarwel te zeggen en zelf een accijnszegel te produceren met Nederlandse kenmerken. Het tot stand komen van de nieuwe zegel De eerste stap voor de Directie Douane was voor de komende contractperiode een keuze te maken tussen een papieren zegel of een digitaal zegel. Nadat de keuze was gevallen om verder te gaan met een papieren zegel is tevens besloten, in verband met mogelijke falsificaties, dat deze aan de laatste veiligheidstechnieken moest voldoen. Conform de Europese aanbestedingsregels werd vervolgens een vooronderzoek gedaan en werden meerdere partijen uitgenodigd en geselecteerd. De uiteindelijke keuze viel op Inge Madlé, veelzijdig grafisch ontwerper en graveur. Zij heeft haar sporen verdiend met haar (inter)nationale ontwerpen en gravures voor bankbiljetten en postzegels. Een commissie heeft uit de door haar aangeleverde conceptontwerpen het huidige ontwerp gekozen. In samenspraak met de Douane is gedurende het ontwikkelingsproces het gekozen ontwerp verder geoptimaliseerd.   2021 De nieuwe zegels voor de 3 productgroepen De nieuwe zegel met een grootte van 2.0 x 4.4 cm heeft als thema “Nederland”. In de zegel is o.a. de kaart van Nederland aanwezig, de Nederlandse Leeuw, de namen van de 12 provincies (verticaal aangebracht) en staan de letters NL zowel in de ondergrond als in de rand. De letters NL - in het zo genaamde ‘blokmotief’- zijn geschakeld en staan aan beide zijden van de zegel. Zij staan symbool voor ‘grensbewaking en controle’. Tevens zijn er in de achtergrond kleine blokjes in een beveiligd patroon verwerkt. Deze blokjes visualiseren de transportbeweging van locatie naar locatie. De kleuren groen en blauw staan symbool voor land en water en zijn samen kenmerkend voor Nederland. De locaties waar de zwarte opdruk geplaatst wordt zijn aangegeven door blauwe aanwijs driehoekjes in de buitenrand.   De accijnszegel is "gebombardeerd" tot veiligheidskenmerk voor de uitvoering van de regels die zijn vastgelegd in de Europese Tabaksproductenrichtlijn (TPD). De nieuwe zegel vervangt de oude accijnszegel op een tabaksproduct. Bij rooktabak is het gewicht vermeld, bij sigaretten het aantal, bij sigaren worden geen aanvullende gegevens vermeld.   De uitgifte van de zegels Voor het drukken van de accijnszegels is een contract afgesloten met de firma Royal Joh. Enschedé uit Haarlem. Een betrouwbare firma met een goede reputatie en een grote staat van dienst op het gebied van het drukken van waardepapieren. De nieuwe zegel is gedrukt met speciale inkten in offset en plaatdruktechniek. Het drukken geschiedt altijd in vellen, die later door de afnemer zelf worden versneden. Grote klanten bestellen in veelvoud vellen van 300 zegels op één vel, voor de kleinere klanten bestaat een regeling op basis van 288 zegels op één vel. In verband met de zekerheidseis mogen deze klanten ook gebruik maken van 144 zegels op één vel of 24 zegels op één vel. Aantal/gewicht, soort, prijs en tariefcode zijn door de drukker op het vel reeds aangebracht. Het fabrikantnummer en eventueel serienummer mag de toestemminghouder (de fabrikant, importeur) zelf door de plaatselijke drukker erop laten zetten.   Vanaf 1 januari 2021 mogen verpakkingen met de nieuwe accijnszegel verkocht worden. Er is nog wel een overgangsregeling van kracht om de oude zegels op te kunnen gebruiken. De Belasting Dienst vermeldt daarover het volgende: Tabaksproducten met het oude accijnstarief mogen tot 1 juni worden verkocht aan detailhandelaren. De oude termijn van 1 maart wordt verlengd vanwege de coronacrisis. Veel verkooppunten van tabaksproducten zijn gesloten vanwege de lockdown. Daardoor konden de fabrikanten en groothandelaren hun voorraad tabaksproducten met het oude accijnszegel niet aan hen kwijt en is er nog een voorraad aan rookwaar met het oude zegel. Normaal moeten de sigaren, shag en sigaretten met een verlopen zegel worden vernietigd. Maar dat brengt extra werk met zich mee en dat wil de Belastingdienst voorkomen, vandaar de verlenging met drie maanden. Aan de verkoopprijzen verandert niets. De tabaksproducten met een oud accijnszegel moeten ook na 1 juni worden verkocht voor de prijs die op dat zegel staat. De VHK zegel Er zijn tabaksproducten waarop geen accijnszegels zitten, omdat er geen belasting over hoeft te worden betaald. Tabaksproducten die via Nederlandse belastingvrije winkels (taxfree) op luchthavens verkocht worden aan reizigers die naar landen buiten de EU reizen, zijn voorzien van een veiligheidszegel met de opdruk VHK (Veiligheid Kenmerk). Dat betekent dat het product veilig is geproduceerd en niet afkomstig is van illegale import. Tabaksproducenten en importeurs moeten eerst bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toestemming vragen om deze zegels te mogen gebruiken. Is de toestemming verleend en zijn ze met een zakelijk nummer geregistreerd, dan kunnen ze bij Royal Joh. Enschede, die de zegels drukt, een bestelling plaatsen. De zegels worden in vellen van 300 stuks geleverd. De zegel is even groot als de normale accijnszegel en dient op dezelfde plek van de accijnszegel te worden aangebracht. Bij de verschijning van de nieuwe accijnszegel van 2021 is het VHK-zegel aangepast. De ondergrond is dezelfde als van de accijnszegel. De opdruk bestaat uit de letters VHK. Op voorstel van Inge Madlé is  hiervoor de kleur oranje gebruikt, eveneens kenmerkend voor “Nederland”. Bronnen: Correspondentie Belasting dienst Douane (2021) Belasting & Douane Museum Correspondentie Ontwerper Inge Madlé Afbeeldingen uit privé-collectie Fred Tijmstra i.s.m Belasting & Douane Museum – juni 2021